Familiekamer kunstprijs 2016
JURYRAPPORT door Sandrine van Noort (LUMC gallerie) en Meta Knol (directrice Museum Lakenhal)

Dat geldt zeker niet voor Robbert Pauwels (1983). Zelf schrijft hij over zijn werk: “Ik fantaseer, romantiseer en bouw archetypische sculpturen. Film mijn zusje, maak bananensplits, brie en taartsculpturen.
Vergroot foto’s van centerfolds en gelukkige families en doe ook andere dingen.” Ik heb zelden zo’n ongecompliceerde kunstenaarstekst gelezen. Als enige in deze tentoonstelling zet hij zijn passie in voor iets heel anders dan hoogdravende bespiegelingen, menselijke wanhoop of donkere gedachten. Hij viert eenvoudigweg de passie van het zinnelijk genot. Robbert Pauwels is een echte beeldhouwer en hij jongleert er met zijn materiaal lustig op los: stapelen, spatelen, spatten, druipen, kneden, hij doet het allemaal met een jaloersmakend gemak, met als resultaat een vrolijk carnaval van kleur en vorm. Roze poliepen in wellustig groen. Klaterende strengen van goud over een hekwerk van wit keramiek, geplaatst op een glanzend roze voetstuk. Deze kunstenaar versiert je waar je bij staat. Het is één grote, speelse maskerade, en tegelijkertijd maskeert Pauwels helemaal niets, want je ziet precies hoe het gemaakt is. Sterker nog: die geplande morsigheid maakt deel uit van het beeld, dat daardoor lekker recalcitrant wordt. Zijn werk is ook niet alleen maar van hier en nu, want met zijn referenties naar de barokke architectuur plaatst hij zichzelf wel degelijk in een beeldende traditie. Hoewel zeker clownesk, hebben zijn sculpturen ook wel een droevige, meer melancholieke kant, vooral daar waar het verval zichtbaar is. Robbert Pauwels is, kortom, de meester van de dwarse ornamentiek.